Binnen social work ontstaat steeds meer aandacht voor normaliseren. Dat betekent dat niet ieder probleem direct specialistische zorg nodig heeft. Emoties zoals stress, verdriet of onzekerheid horen soms ook bij het gewone leven. Daarom wordt er vaker gekeken naar wat gezinnen, scholen, vrienden en buurten zelf kunnen betekenen voordat zware hulpverlening wordt ingezet.
De overheid wil hiermee de druk op de jeugdzorg verminderen en meer inzetten op preventie en lichte ondersteuning dichtbij huis. Ook is er kritiek op het snel medicaliseren van gedrag, vooral bij jongeren. Problemen worden steeds vaker bekeken vanuit de sociale omgeving, zoals armoede, prestatiedruk of gezinsproblemen.
Voor social workers verandert hierdoor de rol. Zij werken steeds meer als verbinder en ondersteuner in de wijk. Samenwerken met scholen, wijkteams en gezinnen wordt belangrijker dan alleen individuele hulpverlening.
Toch zijn er ook zorgen. Sommige professionals vrezen dat jongeren met ernstige problemen te laat specialistische hulp krijgen. Daarom blijft het belangrijk om goed te kijken wanneer gewone ondersteuning voldoende is en wanneer professionele zorg nodig blijft.